← Terug naar theorieboek
🚦

Verkeersregels — voorrang

Voorrang bepaalt wie eerst mag bij kruisingen, rotondes en uitritten. De hoofdregel is simpel — verkeer van rechts gaat voor op gelijkwaardige kruisingen — maar borden, haaientanden en uitzonderingen maken het complexer. Dit hoofdstuk werkt elke situatie systematisch uit.

De hoofdregel: rechts gaat voor

Op een gelijkwaardige kruising — geen borden, geen wegmarkering — heeft bestuurder van rechts voorrang. Dat geldt voor auto's, fietsers, bromfietsers en alles wat een 'bestuurder' is. Voetgangers zijn geen bestuurder; voor hen gelden andere regels.

Wie is 'bestuurder'?Iedereen die een voertuig of dier bestuurt: autobestuurder, motorrijder, fietser, ruiter, ook iemand die een paard aan de leidsel meeneemt. Voetgangers en mensen die fiets aan de hand lopen zijn géén bestuurder.
  • Geen borden + geen haaientanden = gelijkwaardige kruising
  • Rechts gaat voor — ook als rechts een fietser is
  • Uitzondering: wie van een onverharde weg komt, verleent voorrang aan verkeer op de verharde weg (art. 15.2a RVV)
  • Tram heeft op gelijkwaardig kruispunt voorrang — ook van links (art. 15.2b RVV)
  • Politie/brandweer/ambulance met optische én geluidssignalen: áltijd voorrang

Voorrangsweg (bord B1 en B3)

Een voorrangsweg wordt aangeduid met een gele ruit (bord B1). Als je op een voorrangsweg rijdt heeft kruisend verkeer geen voorrang — zij moeten voor jou wachten. Aan het eind van de voorrangsweg staat bord B2 (gele ruit met zwarte balk).

BordNaamBetekenis
B1VoorrangswegJe rijdt op de voorrangsweg — kruisend verkeer wacht
B2Einde voorrangswegVanaf hier weer normale regels (rechts voor, of borden)
B3VoorrangskruispuntHet volgende kruispunt is een voorrangskruispunt — jij hebt voorrang
B4/B5Voorrangskruispunt zijwegVariant met indicatie of de zijweg links/rechts is
B6Voorrang verlenenOmgekeerde driehoek — jij moet voorrang verlenen
B7StopVolledig stilstaan, ook als er niemand komt

Haaientanden — het belangrijkste wegteken

Haaientanden zijn witte driehoeken op de weg, met de punten naar jou toe. Ze betekenen: voorrang verlenen aan al het verkeer op de kruisende weg. Vaak staan ze bij rotondes, uitritten en kleinere zijwegen.

Haaientanden ≠ stopstreepBij haaientanden hoef je niet te stoppen als de weg vrij is. Alleen bij bord B7 (Stop) móet je verplicht stilstaan, ook bij volledige overzicht en geen verkeer.
🎯 Oefen haaientanden-vragen

Rotondes — binnen en buiten de bebouwde kom

Op de meeste Nederlandse rotondes geldt: verkeer ór de rotonde heeft voorrang op verkeer dat de rotonde op wil. Bij de inrit staan haaientanden en vaak bord B6.

SituatieFietser krijgt voorrang?
Rotonde binnen bebouwde kom, fietspad rond rotondeJa — bijna altijd
Rotonde buiten bebouwde kom, fietspad rond rotondeNee — fietser geeft voorrang
Rotonde zonder apart fietspad (fietser op rotonde)Net als al het andere verkeer op de rotonde — voorrang
  • Richting aangeven bij verlaten van rotonde (rechts knipperen)
  • Niet richting aangeven bij oprijden (anders denken anderen dat je eerder afslaat)
  • Op rotondes mag rechts worden ingehaald (art. 48 RVV) — uitdrukkelijk toegestaan, ook bij meerstrooks rotondes
  • Tram die de rotonde oprijdt heeft net als jij B6/haaientanden — verkeer op de rotonde gaat voor

Uitritten — altijd voorrang verlenen

Een uitrit is geen kruising. Als je via een uitrit de weg op rijdt, verleen je voorrang aan álle verkeer op die weg — auto's, fietsers, voetgangers op het trottoir, alles.

Voorbeeld uitritJe rijdt een parkeergarage uit. Op het trottoir loopt een voetganger. Op het fietspad komt een fietser. Op de rijbaan rijden auto's. Wie laat je gaan? Allemaal — een uitrit verleent voorrang aan iedereen.
  • Hoe herken je een uitrit? Verlaagde stoeprand, geen straatnaambord, doorlopend trottoir
  • Een 'inrit' bestaat niet als juridisch begrip — vanuit de weg een uitrit op rijden mag altijd
  • Een fietspad blijft een fietspad over een uitrit heen — fietsers houden voorrang

Stopbord (B7)

Bij bord B7 (Stop) móet je volledig stilstaan, ook als er geen verkeer komt en je perfect zicht hebt. Pas daarna mag je verder als de weg vrij is.

Echt stilstaan'Stilstaan' betekent: snelheid nul. Even afremmen tot kruipsnelheid telt niet. Het CBR test dit graag met een vraag waar je 'mag toch wel doorrijden, niemand komt eraan?' moet weigeren.

Voorrangsregels voor speciale voertuigen

Niet elk voertuig is gelijk in het verkeer. Hulpdiensten, openbaar vervoer en bijzondere voertuigen hebben hun eigen voorrangspositie.

VoertuigVoorrang?
Politie/brandweer/ambulance met blauw zwaailicht én sireneAltijd voorrang — vrije doorgang maken
Hulpdienst met alleen zwaailicht (geen sirene)Geen voorrang, wel ruimte geven
TramBijna altijd voorrang op auto's
Lijnbus die uit halte vertrekt (binnen bebouwde kom)Voorrang — bus mag invoegen, jij remt
Militaire colonneBehandeld als één voertuig — niet doorheen rijden
BegrafenisstoetBehandeld als één voertuig — niet doorbreken

Verkeerslichten

Verkeerslichten gaan voor alle borden en wegmarkeringen. Als een verkeersagent verkeer regelt, gaat zelfs die boven de verkeerslichten.

  • Rood = stoppen voor de stopstreep (of voor het verkeerslicht als er geen streep is)
  • Oranje = stoppen tenzij dit niet veilig kan
  • Groen = doorrijden, mits de kruising vrij is
  • Knipperend geel = let op, verkeerslicht is buiten werking; rechts gaat voor
  • Rood + groene pijl rechtsaf = rechtsaf mag, mits voorrang verleend
Hiërarchie1. Verkeersagent → 2. Verkeerslicht → 3. Bord → 4. Wegmarkering → 5. Algemene regel (rechts voor). Een nieuwere instructie overrulet altijd de oudere.

Invoegen op de hoofdrijbaan

Een populaire valkuil: als je vanaf een invoegstrook de snelweg op rijdt, heb jij géén voorrang op het verkeer op de doorgaande rijbaan. De snelwegrijders mogen op koers blijven; jij moet een gat zoeken en je snelheid aanpassen. Andersom geldt wél een hoffelijkheidsregel: doorgaand verkeer maakt waar redelijk ruimte. Maar wettelijk is het altijd de invoeger die voorrang verleent.

  • Invoegstrook (vanaf oprit naar snelweg) → jij verleent voorrang aan rechter rijstrook
  • Uitvoegstrook → géén voorrang verlenen; uitvoegers verlaten de snelweg
  • Spitsstrook die opengaat → snelwegverkeer dat zich vermengt heeft voorrang op uitvoegers
  • Rits-systeem bij wegversmalling (binnen bebouwde kom) → om en om — geen klassieke voorrangsregel maar hoffelijkheidsplicht
  • Verschil met rotonde: bij rotonde heeft de bestuurder op de rotonde voorrang (niet vergelijkbaar)
Niet stoppen op invoegstrookOp een invoegstrook moet je snelheid opbouwen tot snelweg-tempo, niet stoppen. Stilstaan op een invoegstrook is gevaarlijk (achterligger verwacht beweging) en bij controle bekeurbaar. Vind je geen gat: ga zo ver mogelijk door tot de strook eindigt, en pas dan voorrang opeisen lukt het bijna altijd.

Voetgangers en oversteekplaatsen

Voetgangers zijn geen bestuurder, dus 'rechts voor' geldt niet. Maar op zebrapaden en in woonerven hebben ze voorrang op auto's en fietsers.

  • Op zebrapad — voetganger heeft voorrang zodra hij gaat oversteken
  • In woonerf — voetganger heeft voorrang op de hele rijbaan
  • Bij linksaf/rechtsaf — overstekende voetgangers op de zijweg krijgen voorrang van afslaand verkeer
  • Blind persoon met witte stok of geleidehond — extra ruim en altijd voorrang

Veelgemaakte voorrangsfouten

FoutWat had moeten gebeuren
Vergeten dat een fietser ook 'rechts voor' krijgtFietser van rechts heeft op gelijkwaardige kruising óók voorrang
Bij uitrit doorrijden omdat je 'zelf bocht maakt'Uitrit altijd voorrang verlenen aan al het andere verkeer
Bij stopbord alleen afremmenVerplicht volledig stilstaan
Rotonde-buiten-bebouwdekom: fietser laten gaanFietser geeft daar juist voorrang
Rechtsaf-groen-pijl: doorscheurenVoorrang verlenen aan rechtdoorgaand verkeer
🎯 Oefen voorrangsvragen
💡 Onthoud: 'Rechts gaat voor, tenzij…'. De 'tenzij' is altijd een bord, een haaientand, een verkeerslicht of een agent. Geen tenzij in beeld? Dan geldt rechts.
🔒 Log in om dit hoofdstuk te oefenen
Verkeersregels — voorrang — Theorieboek | TheorieRaket