Verkeersregels — voorrang
Voorrang bepaalt wie eerst mag bij kruisingen, rotondes en uitritten. De hoofdregel is simpel — verkeer van rechts gaat voor op gelijkwaardige kruisingen — maar borden, haaientanden en uitzonderingen maken het complexer. Dit hoofdstuk werkt elke situatie systematisch uit.
De hoofdregel: rechts gaat voor
Op een gelijkwaardige kruising — geen borden, geen wegmarkering — heeft bestuurder van rechts voorrang. Dat geldt voor auto's, fietsers, bromfietsers en alles wat een 'bestuurder' is. Voetgangers zijn geen bestuurder; voor hen gelden andere regels.
- Geen borden + geen haaientanden = gelijkwaardige kruising
- Rechts gaat voor — ook als rechts een fietser is
- Uitzondering: wie van een onverharde weg komt, verleent voorrang aan verkeer op de verharde weg (art. 15.2a RVV)
- Tram heeft op gelijkwaardig kruispunt voorrang — ook van links (art. 15.2b RVV)
- Politie/brandweer/ambulance met optische én geluidssignalen: áltijd voorrang
Voorrangsweg (bord B1 en B3)
Een voorrangsweg wordt aangeduid met een gele ruit (bord B1). Als je op een voorrangsweg rijdt heeft kruisend verkeer geen voorrang — zij moeten voor jou wachten. Aan het eind van de voorrangsweg staat bord B2 (gele ruit met zwarte balk).
| Bord | Naam | Betekenis |
|---|---|---|
| B1 | Voorrangsweg | Je rijdt op de voorrangsweg — kruisend verkeer wacht |
| B2 | Einde voorrangsweg | Vanaf hier weer normale regels (rechts voor, of borden) |
| B3 | Voorrangskruispunt | Het volgende kruispunt is een voorrangskruispunt — jij hebt voorrang |
| B4/B5 | Voorrangskruispunt zijweg | Variant met indicatie of de zijweg links/rechts is |
| B6 | Voorrang verlenen | Omgekeerde driehoek — jij moet voorrang verlenen |
| B7 | Stop | Volledig stilstaan, ook als er niemand komt |
Haaientanden — het belangrijkste wegteken
Haaientanden zijn witte driehoeken op de weg, met de punten naar jou toe. Ze betekenen: voorrang verlenen aan al het verkeer op de kruisende weg. Vaak staan ze bij rotondes, uitritten en kleinere zijwegen.
Rotondes — binnen en buiten de bebouwde kom
Op de meeste Nederlandse rotondes geldt: verkeer ór de rotonde heeft voorrang op verkeer dat de rotonde op wil. Bij de inrit staan haaientanden en vaak bord B6.
| Situatie | Fietser krijgt voorrang? |
|---|---|
| Rotonde binnen bebouwde kom, fietspad rond rotonde | Ja — bijna altijd |
| Rotonde buiten bebouwde kom, fietspad rond rotonde | Nee — fietser geeft voorrang |
| Rotonde zonder apart fietspad (fietser op rotonde) | Net als al het andere verkeer op de rotonde — voorrang |
- Richting aangeven bij verlaten van rotonde (rechts knipperen)
- Niet richting aangeven bij oprijden (anders denken anderen dat je eerder afslaat)
- Op rotondes mag rechts worden ingehaald (art. 48 RVV) — uitdrukkelijk toegestaan, ook bij meerstrooks rotondes
- Tram die de rotonde oprijdt heeft net als jij B6/haaientanden — verkeer op de rotonde gaat voor
Uitritten — altijd voorrang verlenen
Een uitrit is geen kruising. Als je via een uitrit de weg op rijdt, verleen je voorrang aan álle verkeer op die weg — auto's, fietsers, voetgangers op het trottoir, alles.
- Hoe herken je een uitrit? Verlaagde stoeprand, geen straatnaambord, doorlopend trottoir
- Een 'inrit' bestaat niet als juridisch begrip — vanuit de weg een uitrit op rijden mag altijd
- Een fietspad blijft een fietspad over een uitrit heen — fietsers houden voorrang
Stopbord (B7)
Bij bord B7 (Stop) móet je volledig stilstaan, ook als er geen verkeer komt en je perfect zicht hebt. Pas daarna mag je verder als de weg vrij is.
Voorrangsregels voor speciale voertuigen
Niet elk voertuig is gelijk in het verkeer. Hulpdiensten, openbaar vervoer en bijzondere voertuigen hebben hun eigen voorrangspositie.
| Voertuig | Voorrang? |
|---|---|
| Politie/brandweer/ambulance met blauw zwaailicht én sirene | Altijd voorrang — vrije doorgang maken |
| Hulpdienst met alleen zwaailicht (geen sirene) | Geen voorrang, wel ruimte geven |
| Tram | Bijna altijd voorrang op auto's |
| Lijnbus die uit halte vertrekt (binnen bebouwde kom) | Voorrang — bus mag invoegen, jij remt |
| Militaire colonne | Behandeld als één voertuig — niet doorheen rijden |
| Begrafenisstoet | Behandeld als één voertuig — niet doorbreken |
Verkeerslichten
Verkeerslichten gaan voor alle borden en wegmarkeringen. Als een verkeersagent verkeer regelt, gaat zelfs die boven de verkeerslichten.
- Rood = stoppen voor de stopstreep (of voor het verkeerslicht als er geen streep is)
- Oranje = stoppen tenzij dit niet veilig kan
- Groen = doorrijden, mits de kruising vrij is
- Knipperend geel = let op, verkeerslicht is buiten werking; rechts gaat voor
- Rood + groene pijl rechtsaf = rechtsaf mag, mits voorrang verleend
Invoegen op de hoofdrijbaan
Een populaire valkuil: als je vanaf een invoegstrook de snelweg op rijdt, heb jij géén voorrang op het verkeer op de doorgaande rijbaan. De snelwegrijders mogen op koers blijven; jij moet een gat zoeken en je snelheid aanpassen. Andersom geldt wél een hoffelijkheidsregel: doorgaand verkeer maakt waar redelijk ruimte. Maar wettelijk is het altijd de invoeger die voorrang verleent.
- Invoegstrook (vanaf oprit naar snelweg) → jij verleent voorrang aan rechter rijstrook
- Uitvoegstrook → géén voorrang verlenen; uitvoegers verlaten de snelweg
- Spitsstrook die opengaat → snelwegverkeer dat zich vermengt heeft voorrang op uitvoegers
- Rits-systeem bij wegversmalling (binnen bebouwde kom) → om en om — geen klassieke voorrangsregel maar hoffelijkheidsplicht
- Verschil met rotonde: bij rotonde heeft de bestuurder op de rotonde voorrang (niet vergelijkbaar)
Voetgangers en oversteekplaatsen
Voetgangers zijn geen bestuurder, dus 'rechts voor' geldt niet. Maar op zebrapaden en in woonerven hebben ze voorrang op auto's en fietsers.
- Op zebrapad — voetganger heeft voorrang zodra hij gaat oversteken
- In woonerf — voetganger heeft voorrang op de hele rijbaan
- Bij linksaf/rechtsaf — overstekende voetgangers op de zijweg krijgen voorrang van afslaand verkeer
- Blind persoon met witte stok of geleidehond — extra ruim en altijd voorrang
Veelgemaakte voorrangsfouten
| Fout | Wat had moeten gebeuren |
|---|---|
| Vergeten dat een fietser ook 'rechts voor' krijgt | Fietser van rechts heeft op gelijkwaardige kruising óók voorrang |
| Bij uitrit doorrijden omdat je 'zelf bocht maakt' | Uitrit altijd voorrang verlenen aan al het andere verkeer |
| Bij stopbord alleen afremmen | Verplicht volledig stilstaan |
| Rotonde-buiten-bebouwdekom: fietser laten gaan | Fietser geeft daar juist voorrang |
| Rechtsaf-groen-pijl: doorscheuren | Voorrang verlenen aan rechtdoorgaand verkeer |